Krachttraining met onderarmprothese
Wanneer je als gehandicapte met een eenzijdige aandoening, gaat sporten versterk je meestal dat wat al sterk is aan je lichaam. Immers als je snel wilt zwemmen probeer je zoveel mogelijk kracht te zetten met je sterke lange arm. En of je nou aan atletiek doet of tennis speelt, altijd gaat de aandacht naar de sterke zijde. Ook in het dagelijks leven doe je veel met je goede hand. De zijde met de armprothese krijgt hierdoor veel minder aandacht, is als gevolg daarvan veel minder ontwikkeld. Met een reductiedefect aan een onderarm belast je dus het bovenlichaam heel eenzijdig bij de meeste sporten.
Krachttraining, mits op de goede manier uitgevoerd, heeft dit nadeel niet. Integendeel.
Bij krachttraining voer je alle oefeningen uit bij een symmetrische belasting, beide zijden, links en rechts worden gelijk belast. Dit geldt voor alle oefeningen voor zowel de benen als de armen.
Wat houdt dit in voor iemand met een eenzijdige aandoening? De prothese arm bepaalt de maximale weerstand waarmee je de oefening uitvoert. Dit houdt in de praktijk in dat niet de sterkste arm maximaal getraind wordt, maar juist de arm met de prothese. De aandacht gaat dus automatisch naar de zijde met de armprothese bij de oefeningen voor het bovenlichaam. Tijdens de oefeningen voor het bovenlichaam word je gedwongen de kracht goed te verdelen in je bovenlichaam. Niet alleen worden de spieren in het bovenlichaam aan beide zijden gelijk getraind, maar daarnaast verbetert het evenwichtsgevoel in het bovenlichaam. Dit is de reden waarom mijns inziens krachttraining, ook als sport, zeer geschikt is voor iemand met een onderarmprothese. Krachttraining draagt dus naast versterking van belangrijke (rug) spieren bij aan een verbetering van de balans en het verbetert het lichaamsgevoel. Krachttraining is een van de weinige sporten waar ook de prothesearm volwaardig meedoet tijdens het sporten.